donderdag 20 juli 2017

(Re)Spijt


Het kan geen toeval zijn dat ik in de afgelopen weken een aantal keer over respijtzorg hoor. Vanuit de overheid, gemeente en zorgverzekeraars wordt een hand gereikt aan mantelzorgers die er even tussenuit willen/moeten. Wat fijn, dat is echt iets voor ons. Dit jaar gaan we in de herkansing voor een ontspannen vakantie. En wat helpt daar beter bij dan weten dat iemand anders even de zorg overneemt. Dus opgetogen en vol goede moed duik ik in de wereld van de respijtzorg.

Al snel krijg ik van de verschillende zorgverzekeraars tegenstrijdige informatie. De ene ondersteunt deze vervanging als je zelf mantelzorg krijgt en de ander alleen als je de mantelzorg geeft. Om hiervoor in aanmerking te komen moeten 11 stappen in een procedure genomen worden, formulieren ingevuld worden en uiteraard vergoedingen betaald worden. En kom je voor alles in aanmerking, dan komt een vrijwilliger minimaal 3 en maximaal 15 dagen als vervanger.
Vrijwilliger? Hele dagen? Dit wil ik zo helemaal niet. Er hoeft geen vrijwilliger de hele dag in huis te zitten. Het is mooi dat het bestaat, zeker als de situatie daar om vraagt.
Maar ik wil maatwerk, gewoon gerichte inzet voor de dingen die in onze vakantie vast dreigen te lopen. Hoe moeilijk kan dit zijn? Geen 24-uurs inzet, maar iemand die de boodschappen haalt. Geen nachtwaker, maar iemand die de houdbaarheid van de spullen in de koelkast bewaakt. Die een wasje draait of een bakje thee drinkt. Iemand die gericht is op het welzijn van mijn dierbaren, die opgeroepen kan worden als het nodig is en die mij een gerust hart geeft als ik weg ben.

Mijn vraag blijkt lastiger te zijn dan ik vooraf dacht, en bij verder doorvragen word ik verwezen naar de WMO-afdeling. Ook daar tref ik iemand die vriendelijk meedenkt, vastzit in (on)mogelijkheden en eindig ik wederom met een vrijwilliger als oplossing.
Maar ja, weet je wat zo lastig is met vrijwilligers? Ja, die gaan ook op vakantie. Er zijn in deze periode veel minder handen beschikbaar dan ik had gehoopt. Dit gaat niet lukken zo.
Respijt wordt Re-spijt; opnieuw spijt dat ik me heb laten verleiden om in de krochten van de voorschriften en procedures te stappen.

Maar ik laat me niet ontmoedigen en ga zelf de boer op. Via de lokale hulplijn (bedankt Anne!) heb ik nu betaalbare en betrouwbare inzet kunnen regelen. Gewoon zoals wij dat willen, op onze momenten, met wat voor ons belangrijk is én met het hart op de juiste plaats.
Ondertussen ben ik echt aan vakantie toe......


maandag 12 juni 2017

Ontspoorde zorg



Grieperig en zwaar vermoeid breng ik hoestend mijn dagen en nachten door. Na weken kwakkelen besluit ik om naar mijn huisarts te gaan. Het is opvallend dat dit is begonnen na een kuur vanwege een tekenbeet in de herfst van vorig jaar. Maar volgens de arts en het Nederlands behandelprotocol is het onmogelijk dat dit nog steeds de boosdoener is. Om de oorzaak verder te onderzoeken word ik doorgestuurd naar een academisch ziekenhuis.

Jammer genoeg laat de afspraak met de internist weken op zich wachten. Maar eindelijk kan ik tijdens een gesprek mijn verhaal doen. Nieuwe testen volgen en vol verwachting ga ik 2 maanden later naar de vervolgafspraak. Het gesprek verrast mij volledig. De specialist feliciteert mij met het feit dat mijn organen goed werken en dat er geen kanker is gevonden. Dat is uiteraard meer dan goed nieuws, maar wat is er dan wel aan de hand? Zijn diagnose is helder en kort: “u bent ook mantelzorger en u bent overbelast”. Ik sputter nog wat tegen, maar ik kan het ook niet uitsluiten. Hij vervolgt zijn relaas met mijn mentale overbelasting door chronische alertheid, en sluit af met advies dat ik me meer moet ontspannen en dat psychische begeleiding me verder gaat helpen. Ontredderd en met een dikke keel vol tranen verlaat ik het ziekenhuis; dit moet ik even laten indalen.

Ik neem een paar dagen de tijd om de boel te overdenken en word heen en weer geslingerd door mijn eigen gedachten. Het voelt helemaal niet als overbelasting? Ik herken mezelf niet in de diagnose van de overbelaste mantelzorger. Of zit ik nu in de ontkenningsfase en weiger ik de waarheid te accepteren? Maar toch kom ik tot de conclusie dat het verhaal gevoelsmatig niet klopt. En gesteund door mijn dierbaren maak ik een nieuwe afspraak met mijn huisarts. De diagnose is daar ook binnen, en ik krijg opnieuw te horen hoe zwaar mantelzorg is en dat ik extra begeleiding nodig heb. Ik weiger mee te gaan in deze redenering en laat me langer niet vastzetten.

Dat mantelzorg zwaar is en soms niet leuk is, dat weten we inmiddels. Dat er een grens zit aan onze draagkracht, is ons niet onbekend. Dat de balans verdwijnt bij het vergroten van de draaglast, zal niemand verbazen. Maar om als mantelzorger bij onverklaarbare klachten direct het stempel van overbelasting te krijgen, dat gaat me echt te ver! Hier is met recht sprake van ontsporing van de zorg; mantelzorg als excuus voor de acceptabele diagnose.

De campagnes rond het mantelzorgen hebben blijkbaar niet alleen geleid tot meer bewustwording in de maatschappij, maar ook tot een vorm van bekrompen denken en vooroordelen. Een nieuwe hokjesgeest is geboren; een negatief eenzijdig beeld van mantelzorg met als kern overbelasting en ontsporing. Ik wil af van dit etiket en van deze beeldvorming. Mantelzorgers zijn sterke, liefhebbende mensen die zo goed als mogelijk voor hun dierbare zorgen. Ze te behandelen als overbelaste tikkende tijdbommen is minachtend, oneerlijk en onacceptabel. Ook hier is de behoefte van de mantelzorger doorslaggevend wat mij betreft. Hoe moeilijk kan het zijn? Vorm een oprecht objectief beeld, luister naar het verhaal en zoek samen naar de meest passende oplossing of behandeling.

Helaas heeft dit hokjes denken bij mij geleid tot een lange vertraging in mijn behandeling. Want na aandringen op een second opinion is alsnog de ziekte van Lyme vastgesteld. Wat nu volgt zijn zware kuren omdat de bacterie al langere tijd actief is. Gelukkig heb ik van mijn nieuwe artsen een gedegen behandelplan met hokjesloze gesprekken. Want het denken in hokjes beperkt het beeld; laat je er niet in zetten!


maandag 9 januari 2017

Verloren tijd








Verloren tijd

Samen met 20 andere mantelzorgers zit ik in de wachtkamer van een ziekenhuis. Allemaal in het gezelschap van iemand die straks niet meer zelf kan rijden. We wachten geduldig op onze beurt; de tijd tikt verder. Weer een half uur later, het duurt te lang, we worden onrustig. Om me heen zie ik mensen heen en weer schuiven en het gemopper begint zachtjes. Waarom duurt het zo lang? Wat is het nut van een afspraak? Er zijn ook mensen die stilletjes hun wachtend lot ondergaan; het is niet anders zeggen ze.

Een vrouw staat wat geïrriteerd op en loopt naar de verpleging. Ze vertelt dat ze al een uur zit te wachten met haar vader van 90; “hij kan niet zo lang zitten, en hij is nu al te moe”. Als de man eindelijk wordt binnen geroepen, zit zijn dag erop voor vandaag. Jammer, al zijn goede energie kwijt aan een troosteloze wachtkamer. Moedeloos neemt zijn dochter hem liefdevol aan de arm.

En ik? Ook ik schuifel wat en wacht tot ik het zat ben. En dan begint het te stapelen. Een oeroud instinct borrelt in mij op; prehistorische alertheid om gevaar te overleven. Ga ik vechten, vluchten of wachten? In gedachte neem ik de afgelopen weken door op mijn persoonlijke wacht- en vechtstanden. Wachten op een rolstoeltaxi die meerdere malen niet op tijd komt. Vechten tegen de cliëntgerichte zorgverlener van mijn moeder die eenzijdig de tijden vervroegd. Lang wachten op een gemeentelijke afdeling die maatwerk maar moeizaam kan toepassen. Een ziekenhuis nabellen die vergeten is om de afspraken in te plannen. Een zorgrooster met te weinig beschikbare mensen om goede zorg te leveren. Zoveel tijd en energie kwijt omdat afspraken niet worden nagekomen.

Ik vraag me soms af of het andere mensen wat kan schelen. Is mijn tijd minder waard omdat ik mantelzorg doe? Of leunen ze zo hard op mijn begrip en geduld dat ze zelf niet meer hoeven te denken en te handelen? Mijn kostbare tijd gaat verloren aan gemakzucht van anderen, aan gebrekkige betrokkenheid of aan reactief risicomijdend gedrag vanuit protocollen. Mijn tijd, tijd die ik nu niet meer aan waardevollere dingen kan besteden. Ook mijn tijd vliegt, heelt alle wonden en tikt thuis zoals nergens anders. De huidige maatschappij lijkt een afschuif- en doorschuifsamenleving te worden die vooral op papier kloppend moet zijn. Deze situatie levert bij mij chronische alertheid op met de bijbehorende stress. De sabeltandtijger uit de oudheid is omgevormd tot een ongrijpbare onverwoestbare papieren tijger in onze tijd. Een ander tijdvak, maar beiden een gevaar voor het uitroeien van de menselijkheid. Het effect voor ons brein en lijf blijft hetzelfde; vechten, vluchten of bevriezen.

In het ziekenhuis sta ik op en meld aan de verpleging dat we weggaan. Ik ben het wachten zat en schiet in de vechtstand. Mijn begrip en geduld zijn op. Ik wil niets meer horen over goede bedoelingen en werkwijzen. En wonder boven wonder zijn we ‘toevallig’ direct aan de beurt.
Wel een beetje jammer dat ook mijn energie in diezelfde wachtkamer is achtergebleven.

woensdag 23 november 2016

Soms valt er iets van je schouders


Tientallen moedeloze uren heb ik weer doorgebracht in de bureaucratie van onze wet- en regelgeving. Op zoek naar mogelijkheden om het zelfstandig wonen van mijn moeder én broer te behouden. Het is al een hele kunst om langs de poortwachters van de klantcontactafdelingen te komen. Steeds opnieuw het verhaal uitleggen, en steeds in de hoop dat je nu tegen de juiste persoon praat. En aan het eind blijkt diegene alleen een nieuwe weg te wijzen voor het volgend telefoontje of een nieuw bezwaarschrift. Een eindeloze loop van verwijzingen en tips.

Na 6 maanden raak ik steeds meer verstrikt in de verlamming van machteloosheid. Ik spreek mensen die het begrijpen, mensen die meeleven, mensen die meedenken en mensen die het heel erg voor ons vinden. Maar waarom gebeurt er dan zo weinig en duurt alles zo lang? Ooit was ik blij toen de term ‘maatwerk’ werd ingevoerd. Naïef heb ik gedacht dat dit een opmaat zou zijn voor oprecht luisteren naar de noodzaak en behoefte. En dat er vervolgens proactief mee gezocht zou worden naar passende oplossingen. Zoals iemand ooit zei: “buiten de lijntjes, maar binnen de kaders”. Het lijkt zo makkelijk, maar dat is het dus niet.

Daar waar instanties jarenlang gewend zijn om te werken langs strakke procedures, vraagt de omslag naar flexibel maatwerk om het herijken van oude waarden en vaardigheden. Zeggen dat het anders moet, betekent niet dat de mensen dat ook ineens kunnen. Het vraagt om zorgvuldige begeleiding van de persoonlijke ontwikkeling van medewerkers. Het vraagt om een andere focus; van kijken waarom iets niet kan, naar kijken wat er wél mogelijk is. Een omslag die meer aandacht vraagt dan een simpele aanpassing op papier. Gelukkig zijn er mensen die dit van nature beheersen en kunnen toepassen. Toch ligt er ook voor hen een nieuwe uitdaging bij het voortvarend maatwerken. Want hoe krijg je de collega’s zover om hiermee in te stemmen? En krijg je voldoende rugdekking als je afwijkt van gebaande paden? Dit vraagt om lef en moed van de medewerkers, én een leiding die steunt en nieuwe helden durft te maken!

En dan kom ik in een situatie terecht waarin het wel lijkt te lukken. De afgelopen maanden heb ik veel gesprekken gevoerd om aandacht te krijgen voor de noodzakelijke basisbehoeften van mijn moeder en broer. Een persoonlijke kruistocht voor de zelfregie, eigenwaarde en zelfstandigheid van mijn dierbaren. Ik zocht de randjes op om naar mogelijkheden te zoeken, ging vele discussies aan en ik bleef vooral volhouden. Net zolang totdat het maatwerk ging werken! Ineens is het zover; het voelt of ik even de wind in de rug heb. Na alle uitleg en onderbouwingen ontmoet ik mensen van de gemeente die oprecht naar me luisteren. Die actief en progressief meedenken en weloverwogen oplossingen met me bespreken. Ik voel me gehoord, begrepen, en ploeter even niet alleen in mijn zoektocht naar houvast in ons bestaan. Opeens komt er wat ruimte in mijn hoofd en in mijn hart. Pas dan voel ik hoe zwaar mijn verantwoordelijkheden en angsten soms wegen. Op de weg naar huis pink ik een klein traantje weg en bedank in gedachte de nieuwe helden die (gaan) opstaan. Doordat ook zij de schouders eronder zetten, valt er even een enorme last van de mijne.

maandag 24 oktober 2016

Dé mantelzorger bestaat niet!

Ik kijk in de spiegel en vraag me af in welk hokje ik pas. Er wordt veel geschreven over het belang en de waarde van mantelzorg. Richtlijnen worden gegeven hoe de ondersteuning moet plaatsvinden en adviezen bedacht om de mantelzorger te vinden. Om vervolgens in een hokje geplaatst te worden als bijna-patiënt, expert, cliënt of informele zorgverlener. Maar ik heb nieuws: dé mantelzorger als doelgroep bestaat niet!

Door alle verschillende mensen en situaties hetzelfde stempel te geven wordt voorbijgegaan aan de diversiteit. We zijn oud en jong; wonen erbij of apart; werken wel of niet meer; doen veel of weinig; hebben een pgb of zorg in natura; zijn rijk of arm; zijn overbelast of niet; hebben veel of weinig zorgen en ga zo maar door. Wat we gemeen hebben is dat we niet vrijwillig voor deze situatie gekozen hebben; net zomin als onze dierbaren. Wat we zoeken is een vorm van stabiliteit, voorspelbaarheid en balans.

Mantelzorg is ook op mijn pad gekomen en het is iets wat ik doe. Mantelzorger zijn is niet wie ik ben; ik ben meer dan dat alleen. Ik heb/had mijn eigen dromen, eigen wensen en eigen behoeften. En nu voel ik me onderdeel van een onvindbare ondergrondse beroepsgroep van de informele zorg. Dit is niet waar mijn persoonlijke ambitie ligt. Ik heb namelijk nooit een carrière geambieerd in de zorg, en ben hiervoor dan ook niet geschoold of opgeleid. Zelfs op mijn beroepskeuzetest stond het onderaan het lijstje. En toch worden de verwachtingen over wat ik kan doen steeds hoger, worden de plichten zwaarder en de rechten…. Tja…. Rechten?

En wat ik dan niet snap….
Er zijn in Nederland zoveel regels en bepalingen die we met elkaar naleven. Je mag geen hutje timmeren zonder toestemming, niet te hard rijden en je moet op tijd de belastingpapieren invullen. Gewoon netjes met elkaar doen wat we hebben afgesproken. En zo werd dus vanuit onze regelgeving een aantal diensten van de taxidienst Über verboden. Het is niet acceptabel dat die chauffeurs zonder officiële licentie rijden. Volkomen logisch toch?

En toch worden nu über-achtige taferelen in de wereld van de informele zorg geaccepteerd en zelf aangemoedigd. Want ook ík ben iemand die, zonder opleiding of licentie, soms een andere professie uitoefen. Die zelfs door artsen of verpleegkundigen steeds vaker gevraagd wordt om medische handelingen te verrichten of medicijnen uit te reiken. Ik ben officieel geen dokter, geen verpleegster, geen verzorgende en zelfs geen helpende in de zorg. Ik heb geen registratie, erkenning of eed afgelegd. En waarom tikt er nu geen kwaliteitsagent mij op de vingers en zegt dat het onwettig en onwenselijk is? Is er niemand die tegen me zegt dat ik hiermee wél de juridische aansprakelijkheid overneem? En vervolgens mag ik niet mee delen in de gedeclareerde vergoedingen vanuit het zorgplan? Zelfredzaamheid en eigen kracht krijgen zo echt een andere betekenis.

Meten met twee maten noem ik dit. Het werk van Über bestempelen als illegaal, en ons medisch handelen gedogen en verzwaren. Gedogen dus, daar waar economische belangen zwaarder wegen, kunnen kwaliteitseisen dus worden opgerekt. Sterker nog, er wordt bewust waardering uitgesproken voor onze inzet. De vraag is waar de grens ligt om mantelzorgers in te zetten als instrument om de verzorgingsstaat verder te ontmantelen? Ik weet het niet, wat ik wel weet is dat ik mijn persoonlijke grens stel; ik voer geen medische handelingen uit! Ik kan het ongetwijfeld wel, maar ik wil het niet.

maandag 12 september 2016

Een té gekke wereld

“De wereld is gek geworden” zegt mijn moeder steeds als ze nieuwsberichten hoort waarbij groot en klein leed is geschied. “Iedereen doet maar wat, en andere mensen zijn daar de dupe van”.
En ze heeft een punt, want dagelijks zijn we bezig met het repareren van ongewenste effecten van eerdere beleidskeuzes. Zo ook in de wereld van de mantelzorg.

De gemeentes hebben de taak gekregen om hierin goed te informeren en ondersteunen. Het meest bekende voorbeeld is het mantelzorgcompliment. Deze kleine verwennerij moet ons de kracht geven om het hele jaar te zorgen en af te zien. Maar een mantelzorger is beter geholpen met gerichte preventie. Bedenk vooraf wat de mogelijke effecten zijn van beleidskeuzes. Het schrappen van uren in de huishoudelijke hulp wordt ergens opgevangen, het beperken van de vervoersvoorziening wordt door iemand opgelost en financieel wordt er regelmatig bijgesprongen. Door wie? Tja.....diezelfde mantelzorger.

Volgens de laatste nieuwsberichten hebben we ook te kampen met ondeskundigheid van de professionals. Het leveren van maatwerk blijkt een vak apart en soms lukt het om een oplossing buiten de lijntjes te vinden. Een ander rapport zegt dat de WMO niet goed is toegepast; de mensen hebben te weinig gekregen. Hoe ver gaat het als mensen hun geestelijke begeleiding of dagbesteding afzeggen omdat ze de eigen bijdrage niet kunnen betalen? Of de scootmobiel inleveren vanwege geld dat er niet is? En zelfs niet naar het ziekenhuis durven omdat het eigen risico te hoog is. En dan de stille armoede van mensen met een laag inkomen en hoge zorgkosten. Wist je dat mensen in bed gaan liggen om te besparen op de elektriciteit? Niet meer naar familie kunnen door de reiskosten? En er geen volwaardige maaltijd meer op tafel staat?

En wie wordt dagelijks met deze chaos geconfronteerd? Tja, weer de direct zorgende omgeving.
Helaas niet de mensen die hartgrondig hun eigen potjes verdedigen, die alleen aan wet- en regelgeving voldoen of die zichzelf verrijken. Dat zijn de echte zorgmijders van onze samenleving; zij die de zorg tot het dieptepunt laten zakken! Maar hier zit een echte wereld achter; een zorgvrager die bang is dat zijn zelfredzaamheid verder afneemt, een mantelzorger die voelt dat er nog meer druk komt, en mensen met het echte zorghart die altijd doorgaan en nooit opgeven. En het gevolg is een discussie dat de verpleging oneigenlijke taken uitvoert, dat de politie noodgedwongen verwarde personen oppakt en dat de mantelzorger ontspoord raakt. En dat is ook weer niet de bedoeling?

Een mooie verklaring voor onze (over)belasting is hoorde ik vorige maand drie keer. Als een konijn uit een hoed kwam het op tafel: we lijden aan vraagverlegenheid.... Ik vermoed dat deze insteek onderdeel is van een sociale instructie over de omgang met mantelzorgers. Voor mij schept het een beeld van een schuwe, angstige groep die niet durft te vragen. Het tegendeel is waar, het zijn sterke mensen die moe worden van hoge muren en dichte deuren. Dat deze vraagverlegenheid verward wordt met vraagvermoeidheid kan ik ze niet eens kwalijk nemen. Maar gebruik het niet als excuus om ongewenste zaken te verklaren en onbespreekbaar te laten! Begin een goed gesprek over de behoeftes en blokkades aan beide kanten. Laat ons als ervaringsdeskundige meedenken en meepraten, want alleen samen kunnen we muren afbreken en deuren openen.

Maar gelukkig komen de verkiezingen er weer aan en gaat men op zoek naar vergeten groepen en onderwerpen om te scoren. Ongetwijfeld komen we op de agenda voor een te gekke wereld. En als het niet lukt, dan zeggen we gewoon weer sorry!

maandag 22 augustus 2016

Samen roeien in hetzelfde schuitje



Alle kastjes en muren heb ik weer gezien in de afgelopen weken. Om nog maar niet te spreken van alle kluitjes die ergens in het riet liggen. Wat mij opvalt is dat steeds meer instanties teruggrijpen naar protocollen, procedures en papierwerk. Is dit door onzekerheid of uit angst voor een grotere macht? Een verkapte veilige omgeving die tegelijkertijd de onmacht en beperkingen van de professionals blootlegt.

Te vaak heb ik de laatste tijd gehoord dat mensen wel willen helpen, maar dat niet kunnen of mogen van ‘zij die de regels bepalen’. Wie heeft baat bij deze manier van werken? Waarom wordt een omslachtige verslaglegging opgelegd, terwijl de toegevoegde waarde op de werkvloer onduidelijk is. Soms gaat 30% van de zorgtijd op aan deze papieren tijger; helaas ten koste van de zorgtaken. Dat deze registratiedrift tegelijkertijd de trots van het vakmanschap afbreekt, lijkt men op de koop toe te nemen. Boekhouders en accountants registreren, zorgverleners zorgen en verplegen. Of denk ik nu te simpel?

In mijn beleving zijn richtlijnen vooral bedoeld om de kwaliteit van een product of dienst te waarborgen. Helaas wordt het ook misbruikt om geen verantwoordelijkheid te hoeven nemen voor actief meedenken en maatwerk. De regels als strak regime hanteren waarbinnen geen ruimte is voor eigen regie, eigen denken of eigen kracht van beide kanten. Zo werd mijn moeder in het ziekenhuis  'gemobiliseerd' door haar 10 meter in een gang te laten lopen om vervolgens (volgens protocol) te zeggen dat zij nu op eigen gelegenheid de 20 kilometer kon overbruggen naar de revalidatieplaats. Dat zij na die 10 meter niet meer verder kon en beroerd was, deed er niet toe. De verpleger zei murw: ‘dit is gekkenwerk, maar het is niet anders, dit zijn de regels en anders kost het te veel.’

Natuurlijk kunnen we niet zonder regels en afspraken; de chaos zou niet te overzien zijn. Maar nu zitten we in een wurgende greep van doorgeslagen administratie gebaseerd op controle en achterdocht. Laten we de ruimte zoeken en ons gezond verstand gebruiken. Met wederzijds vertrouwen en gelijkwaardigheid, komt er meer ruimte voor zelforganisatie en vakmanschap. Een mooie krachtige basis voor echte gezamenlijke participatie.

Zo liet ik vroeger mijn dochter het eten kiezen met de voorwaarde dat het niet met een P mocht  beginnen. Dus pizza, patat, poffertjes en pannenkoeken kwamen zo niet dagelijks op het menu. Wellicht ook een goed idee voor Nederland om de focus om te gooien? Je mag met mij overal over praten, maar het mag niet met de P beginnen van procedures, protocollen, papieren en processtappen. Graag bespreek ik de P van partnerschap, passie, pragmatisch, positief en professionaliteit met je!


En de invulling hoeft niet direct groots en meeslepend te zijn. Het gaat erom dat je ziet en voelt waar de ander mee bezig is. Zo plakte de thuiszorg bij mijn moeder een kleine gele post-it op een brief: ‘alleen tekenen, wij scannen in en versturen voor je’. Of dat ene telefoontje van de wijkverpleging: ‘ik weet dat je nu onderweg bent, de spullen liggen klaar in de apotheek, hoef je straks niet weer terug’. Briljant geschakeld op mijn wereld! En niet te vergeten een instantie met de melding: ‘we kennen de situatie, we zoeken naar mogelijkheden, niet naar nieuwe problemen’. Kleine dingen, maar voor mij een groot verschil tussen zien en gezien worden. Laten we beginnen met de kleine stapjes….